Communicatie en verstandelijk (meervoudige) beperking

Bij kinderen en volwassenen met een verstandelijke (meervoudige) beperking is de verbale communicatie vaak geen vanzelfsprekendheid. Dan is het goed om met verschillende disciplines rond de cliënt te kijken waar aanknopingspunten gevonden kunnen worden om de communicatie te ondersteunen en versterken.

Communicatieniveau
Voor de beeldvorming van cliënten is het -naast andere gegevens- goed om te weten wat het communicatieniveau van een cliënt is. Dit om over-of ondervraging te voorkomen en aan te sluiten bij de mogelijkheden van de persoon. Bij overvraging wordt de taal niet of onvoldoende begrepen, bij ondervraging wordt een cliënt onvoldoende geprikkeld, waardoor compenserend gedrag kan ontstaan. De logopedist heeft hierin een belangrijke rol.

Ondersteunde communicatie
Het kan nodig zijn dat er gezocht wordt naar vormen van ondersteunde communicatie, wanneer de cliënt zich verbaal niet of onvoldoende kan uiten of visuele middelen nodig heeft voor een beter overzicht. Dat kan variëren van ondersteuning in de dagstructuur, het inzetten van afbeeldingen/voorwerpen/symbolen of hulpmiddelen voor de communicatie tot een (oogbestuurde) spraakcomputer

Bij conceptondersteunende communicatie wordt er gestreefd naar het verduidelijken van -vaak alledaagse- concepten/situaties, waardoor een cliënt meer voorspelbaarheid geboden wordt en meer veiligheid in verschillende situaties zal ervaren. Dat kan op allerlei manieren; met afbeeldingen, voorwerpen, tactiele prikkels. Middels onderzoek en observatie wordt hierbij advies op maat gegeven.

Gebaren als ondersteuning
Wanneer het niet of beperkt mogelijk is om met het gesproken woord te communiceren, kan het gebruik van gebaren als ondersteuning in de communicatie een belangrijke meerwaarde bieden, één van de vormen van Ondersteunde Communicatie. Het gebaar kan gebruikt worden om zelf actief te communiceren, maar is ook een vorm die ervoor kan zorgen dat de communicatie beter begrepen wordt.

Bij mensen die beperkt de mogelijkheid hebben om te leren spreken, blijkt dat het gebruik en begrip van gebaren er toe kan bijdragen dat de spraak zich beter ontwikkelt. Gebaren kunnen een goede impuls geven aan het onthouden en produceren van (nieuwe) woorden/ begrippen. Dit laat zich met name zien bij mensen met het downsyndroom en bij mensen met niet-aangeboren hersenletsel.

Uitgangspunt hierbij is het Standaardlexicon Nederlandse Gebarentaal.

Slikproblemen
Om verschillende redenen kunnen problemen ontstaan bij eten en drinken, zoals slikproblemen (dysfagie), wat vervelende gevolgen kan hebben. Dat komt vooral voor bij ouderen, maar ook bij kinderen en jongere mensen met ernstig meervoudige beperkingen of met bepaalde syndromen. Ook bij de groep mensen die dementerend zijn gaat deze vaardigheid vaak achteruit.

Tijdens observaties wordt gekeken naar de mondfuncties die te maken hebben met de verschillende fases waarin het eten en drinken verloopt in relatie tot het eten dat aangeboden wordt. Ook wordt gelet op houding, omgevingsprikkels, lichamelijke ongemakken enz.

De adviezen kunnen uiteenlopend zijn: Is het nodig om het voedsel te prakken of om het gemalen aan te bieden? Is het verstandig om bepaald voedsel van het menu te schrappen? Moet het drinken verdikt worden? Is het nodig om bestek of bord aan te passen?

Het streven is om eten en drinken zo lang mogelijk als iets waardevols en plezierigs te laten ervaren en tegelijkertijd de risico’s te vermijden.

Logopedische behandeling
Logopedische behandeling kan geïndiceerd zijn bij

  • Begeleiding in ondersteunde communicatie
  • Progressieve spierziekten
  • Onduidelijk spreken
  • Hoortraining
  • Gebarentraining
  • Inrichten van (technische) communicatiehulpmiddelen
  • Training van mondfuncties, zoals kauwen en slikken
  • Specifieke logopedische problemen bij bepaalde syndromen
  • Eet- en drinkproblemen